Op 7 juni 2021 overleed onze gemeenteschrijver A.L. Snijders. Hij schreef voor ons jarenlang zeer korte verhalen (zkv’s) over opmerkelijke gebeurtenissen in de gemeente Lochem. Hij had maar heel weinig woorden nodig om die bijzonder treffend te beschrijven.

A.L. Snijders (Amsterdam, 24 september 1937-7 juni 2021), pseudoniem van Peter Cornelis Müller, was een Nederlands schrijver. Hij woonde in Klein Dochteren. In 2010 werd hij onze gemeenteschrijver. A.L. Snijders staat bekend als een van de grootste schrijvers van het zeer korte verhaal, kortweg zkv genoemd. In 2010 won hij de Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre. Hij schreef zijn zkv's ook voor de VPRO-gids en voor de radioprogramma's De Avonden en De Ochtend van 4.

Zijn laatste ZKV voor onze gemeente:

Parkeerwachter

Ik zit in de auto een boek te lezen. De parkeerwachter tikt op de ruit; ik heb geen parkeerbon uit de automaat getrokken, ik moet betalen. Ik ken de man wel, hij neemt zijn vak erg serieus in deze kleine landstad, waar het parkeren eigenlijk vrij zou moeten zijn, alles is makkelijk te belopen - alleen op de markt staat een parkeermeter, grotestadsdrift.

Ik zeg dat de auto niet geparkeerd staat, omdat ik er zelf in zit - de auto wacht als het ware. ‘Waar wacht hij dan op?’ vraagt de parkeerwachter. Door dit antwoord weet ik dat we geen ruzie zullen krijgen, de man is nieuwsgierig, en zijn nieuwsgierigheid is niet ambtelijk, maar menselijk. Ik verzin iets: ‘De auto wacht tot hij gestart zal worden, de sleutel zit nog in het contact, mijn hand hoeft hem alleen maar om te draaien. De hand is dichtbij, op ongeveer dertig centimeter afstand. Als de auto geparkeerd stond, zou er geen sleutel in het slot zitten, de hand zou zich op grote afstand bevinden, en bijvoorbeeld een haring vasthouden.’

Dat begrijpt de parkeerwachter, hij is een mensch. Hij vraagt wat ik lees. ‘Een dagboek van twee Franse schrijvers uit de negentiende eeuw’. ‘Wat schrijven ze?’ ‘Op 20 februari 1857: Drie klassen mensen in de huidige wereld. Aan de top de oplichters die de macht hebben - in het midden de getemde kruideniers - en beneden het volk dat dat hele fraaie gezelschap op een goede dag in één hap zal verslinden’.

De parkeerwachter kijkt ervan op en zegt peinzend: ‘In één hap’. Ik zeg: ‘En op 28 oktober 1886 schrijven ze over een man die miljonair is geworden met het vervaardigen van uniformen voor de legers van Napoleon. Dat is op zichzelf niet zo bijzonder, maar wel bijzonder is dat die man niet kon schrijven. Hijzelf was er laconiek onder, en zei: ‘Je vindt altijd wel een imbeciel die kan lezen en schrijven’’. Daar moet de parkwachter om lachen, deze omkering van waarden en normen bevalt hem wel. Als hij wegloopt om nog wat bekeuringen uit te delen, houdt hij een glimlach op zijn gezicht.